Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
321
Eeeds in de 1»'« V, dezer Les is uitgelegd, wat die woor-
den : van den kant des biechtelings, beteekenen.
6 V. Welk is het noodzakelijkste deel van de
Biecht ?
A. Het berouw.
7 V. Waarom is het berouw het noodzakelijkste?
A. Omdat zonder berouw nooit zonden kunnen
vergeven worden.
Het berouw is het noodzakelijkste deel van de Biecht,
omdat zonder berouw nooit dadelijke zonden, zoo min dage-
lijksche als doodzonden, kunnen vergeven worden. Wel kan
men soms vergiffenis der zonden krijgen zonder belijdenis van
zijne zonden te doen aan den Biechtvader, b. v. indien men
getroffen door eene beroerte van 't gebruik der spraak en
andere zintuigen beroofd wordt. Ook kan men zonder voldoe-
ning vergiffenis der zonden krijgen, b. v. indien men onmid-
dellijk na de absolutie sterft, *t gebruik der rede verliest,
enz. Maar zonder berouw kan men nooit vergiffenis van zijne
zonden krijgen; zonder berouw kan men nooit van eenige
dadelijke zonde vergiffenis bekomen. Waarom niet F Omdat
God, dien men door die zonde beleedigt, vergrämt, vastge-
steld heeft nooit eenige dadelijke zonde te vergeven, zonder
dat men ze verfoeie, er bedroefd over zij, en het vaste voor-
nemen hebbe ze niet meer te bedrijven. Het gezond, natuur-
lijk verstand, de rede zelve, zegt ons, dat God met recht
berouw eischt over de zonden tegen Hem bedreven, en ze
zonder berouw te recht niet vergeeft, noch in, noch buiten
de Biecht. Veronderstel, een kind heeft zijne onders belee-
digd, is hun ongehoorzaam geweest. Het komt bij vader en
moeder vergiffenis vragen, maar antwoordt op hunne vraag:
Kind, hebt gij er spijt van, en zult gij het niet meer doen?
Neen, ik heb er geen spijt van, en zal *t bij de eerste
gelegenheid de beste weer doen. Kinderen, ik vraag het
C 21