Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
320
ik nu ben , dan ga ik voor eeuwig naar de hel. (Vgl.
Les, V.; 408te Us, 7^« en 8«»® V.; 45»te Les, 4-1® V.)
Om ons van die waarheid te doordringen, deed God zelf
in het Boek Ecclesiasticus (V. 8, 9) schrijven: „ Draal niet
met u tot den fleer te bekeeren , en stel het niet uit van
dag tot dag, want zijne gramschap zal plotseling komen, en
op den dag der wrake zal Hij u verderven." In gelijken zin
schreef ook de H. Paus Gregorius de Groote: „ God , die
den boetvaardige vergiffenis belooft, belooft don zondaar den
dag van morgen niet,"
Een tweede beweegreden, om zoo spoedig mogelijk door
eene goede biecht weder in staat van gratie hersteld te worden,
is, dat men in staat van doodzonde niets kan verdienen voor
den hemel. (Vgl. Les, C-i® V.; 43"'® Les, 7*1® en 8«te V.)
Eene derds reden is, dat, als men niet zoodra mogelijk uit
den staat van doodzonde opstaat, men zoo lichtelijk van ééne in
meerdere zonden valt. Dit leert eene droevige ondervinding.
Daarop steunende zegt de zooeven aangehaalde Paus Gregorius:
„ Eene zonde, die niet spoedig door boetvaardigheid wordt
uitgedelgd, trekt door eigen gewicht tot eene andere zonde."
Als vierde reden dient, dat het niet past, dat wij, kinderen
Gods, ook nog zoo korten tijd in vijandschap met God onzen
Vader zouden voortleven.
Kinderen, overweegt deze redenen ernstig, en 't zal bij u
vaststaan : zou ik ooit het ongeluk hebben in doodzonde te
vallen, dan ga ik zoodra mogelijk te biechten.
Maakt het vaste voornemen om, gelijk godvreezende Chris-
tenen doen, gewoonlijk alle maanden of met de hooge feestdagen
te biechten te gaan. (Vgl. 33«^« Les, IS^e V.)
5 V. Hoeveel deelen worden tot de Biecht ver-
eischt van den kant des Biechtelings ?
A. Drie: het berouw, de belijdenis en de vol-
doening.