Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
317
op zijn gezag moeten worden aangesteld om biecht te hooren.
(Vgl. 14'ie Les, en V.; Les, y.; 37«« Les, V.)
Maar, welke zonden kunnen door de Biecht vergeven worden ?
Alle dadelijke zonden , hoe groot en zwaar en talrijk die
ook zijn (16'»« Les, V.; Les, V.), die na het
Doopsel begaan zijn. Want van de erfzonde, en de dadelijke
zonden, die vóór het ontvangen van het H. Doopsel bedreven
zijn, krijgt men vergifi'enis door of krachtens het H. Sacra-
ment des Doopsels. (16''« Les, V.; 31»»« Les, 13^^ V.)
3 V. Wat verkrijgen wij door de Biecht?
A. Ten 1. Vergiffenis der zonden; ^ew 2. minstens
kwytschelding der eeuwige straffen; ten 3. bijzondere
dadelijke gratiën om niet meer in de zonde te vallen.
Door eene goede Biecht verkrijgen wij ten 1«'®, vergiffenis
der zonden, na het Doopsel bedreven, hoe groot en zwaar en
menigvuldig ze ook zijn. (Vgl. 16^« Les, 2'i« V.) Ontvangen
we het H. Sacrament der Biecht in staat van doodzonde,—
in welken staat het mag ontvangen worden, want het is een
Sacrament der dooden (vgl. 30»'® Les, 14J®, en 17'^® V.); —
dan krijgen we te gelijk met de vergiÖenis der doodzonde,
de heiligmakende gratie terug. Ontvangen we het H. Sacra-
ment der Biecht in staat van gratie, enkel schuldig zijnde
aan eenige dagelijksche zonden , dan verkrijgen wij door eene
goede Biecht te gelijk met de vergifi'enis dier dagelijksche
zonden, vermeerdering der heiligmakende gratie; want het H.
Sacrament der Biecht mag wel, maar moet volstrekt niet in
staat van doodzonde ontvangen worden; in staat van gratie
goed ontvangen, geeft het vermeerdering der heiligmakende
gratie. (Vgl. 30»'«^ Les, 16'^®, 17*1« V.)
Ten verkrijgen wij door eene goede Biecht, minstens
kwijtschelding der eeuwige straffen van de hel, der eeuwige pijn
van schade en gevoel, welke de verdoemden in de hel lijden
(vgl. Les, 8»'® V.), en waaraan ons ook maar ééne dood-