Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
316
van dit Sacrament nader omschrijft, er bijvoegende: Een
sacrament, in hetwelk door de Priesterlijke macht de zonden, die
na het Doopsel gedaan zijn , vergeven worden.
Er blijkt immers duidelijk uit, dat Christus de macht om
zonden te vergeven, welke Hij uit eigen kracht bezat, en door
een wonderwerk, een mirakel, nl. door eenen verlamde enkel
door hem toe te spreken oogenblikkelijk van zijne verlamming
te genezen, bewezen heeft op aarde to bezitten, {Matt. IX,
2—8 , Mare. II, 12 , Luc. V , 18—26); dat Christus, zeg ik,
die macht heeft medegedeeld aan zijne Apostelen en hunne
wettige opvolgers, door wie we hier te verstaan hebben
geldig gewijde en wettig tot Biechtvaders aangestelde Pries-
ters. Immers het onfeilbaar Concilie van Trente leert uit-
drukkelijk, dat enkel de Priesters de bedienaars zijn van dit
Sacrament. (T. a. p. hfdst. VI. en Can. X.)
Zeker konden de Apostelen niet uit eigen macht zonden
vergeven, evenmin als hunne opvolgers, de Priesters, dit
kunnen. God alleen kan uit eigen macht de zonden vergeven.
Doch Hij kan , juist omdat Hij God. almachtig is, de macht
om in zijn naam en op zijn gezag zonden te vergeven mede-
deelen aan wien Hij goedvindt. Welnu , Christus, God de
Zoon, de tweede Persoon der H. Drievuldigheid, God en
mensch te zamen , heeft werkelijk die macht aan zijne Apos-
telen en hunne wettige opvolgers medegedeeld, toen Hij op
den dag zijner verrijzenis tot zijne Apostelen , en in hunnen
persoon tot hunne wettige opvolgers zeide: „ Gelijk de
Vader Mij gezonden heeft, zoo zende ook Ik u. Ontvangt
den H. Geest: wier zonden gij vergeven zult, dien worden
zij vergeven ; en wier zonden gij zult houden, dien zijn zij
gehouden."
In het H. Sacrament der Biecht worden dus de zonden
vergeven door de Priesterlijke macht, d. w. z., door de godde-
lijke macht, welke Christus als God bezit en aan de Priesters
in hunne wijding mededeelt, zoo nochtans dat zij , om van
die macht geldig gebruik te kunnen maken , in zijn naam,