Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
315
2 V. Wanneer heeft Christus het Sacrament der
Biecht ingesteld ?
A. Op den dag zijner verrijzenis.
Hoort, hoe de H. Evangelist Joannes {XX. 19—23) ons de
instelling van het H. Sacrament der Biecht verhaalt. „Toen
het dan avond was op dien dag, d. i., op den dag van
Jesus' verrijzenis, en de deuren van het huis, waar de leer-
lingen vergaderd waren, gesloten waren uit vrees voor de
Joden, — kwam Jesus en stond in het midden, en zeide
tot hen: Vrede zij u! En .... Hij zeide wederom tot hen:
Vrede zij u! Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zoo zende
ook Ik u. Als Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en
zeide tot hen: Ontvangt den Heiligen Geest, wier zonden
gij vergeven zult, dien worden zij vergeven, en wier zonden
gij zult houden , dien zijn zij gehouden." De algemeene en
onfeilbare kerkvergadering van Trente leert ons, dat die
woorden des Zaligmakers moeten verstaan worden van de
macht aan de Apostelen en hunne wettige opvolgers verleend
om de zonden te vergeven en te houden in het Sacrament
van boetoaardigheid of penitentie, gelijk de Biecht ook genoemd
wordt, omdat wij in de Biecht penitentie, boetvaardigheid
doen over onze zonden.
„ Eensgezind hebben alle kerkvaders altijd begrepen , dat
door dit zoo merkwaardig feit (de zooeven vermelde zending
der Apostelen en de mededeeling van den H. Geest), en door
de zoo duidelijke woorden nl. wier zonden gij vergeven zult,
enz.), aan de Apostelen en hunne wettige opvolgers de macht
is medegedeeld om de zonden te vergeven en te houden, om
de geloovigen, die na het Doopsel (in doodzonde) gevallen
zijn, in en door het Sacrament van boetvaardigheid wederom
met God te verzoenen." (XIV. Zitt., hfdst. I en Can. IIL)
Door deze leer van het Concilie van Trente is tevens de
zin verklaard van die woorden, waardoor de Catechismus in
zijn antwoord op de 1»« V.: „ Wat is de Biecht P" den aard