Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
297
Hier dient het ten bewijze, dat in het H. Sacrificie der
Mis waarlijk eene zoodanige verandering der offerande, d. w.
hier z., der geofferde zaak, plaats heeft als welke tot het
wezen van een waar sacrificie vereischt wordt, maar ook
voldoende is, nl. eene zoodanige, dat de offerande voor hare
natuurlijke bestemming onbruikbaar wordt. Immers uit kracht
van de woorden der U. Consecratie, die de Priester in het mid-
den van de Mis spreekt, wordi alleen het brood veranderd
in het lichaam van Christus , en alleen de wijn in zijn bloed.
Bijgevolg worden krachtens de woorden der H. Consecratie het
levend en verheerlijkt lichaam en bloed van Christus voor-
gesteld onder de gedaante van brood en wijn. Krachtens de
woorden van de H. Consecratie komt Christus dus in de
Mis tegenwoordig onder de gedaanten van twee levenlooze
zaken, en beroofd van zijn eigen uiterlijk voorkomen, van de
uitwendige gedaante van zijn levend en verheerlijkt lichaam
en bloed , als waren deze opnieuw van eikaar onderscheiden,
als ware Christus werkelijk andermaal gestorven.
Ik zeg : „ als waren Christus' lichaam en bloed opnieuw van
elkaar gescheiden; als ware Christus werkelijk andermaal
gestorven." Want we weten reeds uit de V. der vorige
Les, dat Christus sedert zijne verrijzenis onlijdelijk en on-
sterfelijk is, niet meer lijden of sterven kan; — dat dus zijn
bloed niet meer van zijn lichaam kan gescheiden worden, en
dat derhalve, zoodra door de woorden van de H. Consecratie,
die de Priester in het midden van de H. Mis spreekt, Chris-
tus lichaam tegenwoordig komt, ook zijn bloed aanwezig is,
ja, Christus geheel en levend , met vleesch en bloed, met
ziel en lichaam, met menschheid en Godheid, gelijk Hij
verheerlijkt leeft in den Hemel. (Vgl. vorige Les, S^e V.)
Uit hetgeen we hier leerden, zult ge gemakkelijk de reden
begrijpen, waarom het H. sacrificie der Mis het onbloedig sa-
crificie der Nieuwe Wet genoemd wordt, nl., omdat Christus
in de H. Mis niet werkelijk zijn bloed stort en sterft voor alle
menschen, gelijk in het bloedig sacrificie des kruises y.).