Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
gekregen hebben. En al hadden wij er ook nog zooveel voor
gedaan, zooals bv. sommige arme wilden, toch zou het eene
gave blijven, omdat de schat des geloofs zoo groot is, dat
hij nooit verdiend kan worden.
Denk u een kind , dat voor het breien van één kous hon-
derd duizend gulden zou krijgen, dit kind heeft wel iets
voor die honderd duizend gulden gedaan, maar toch zou men
niet kunnen zeggen, dat het kind dat geld verdiend heeft.
Het zou een gift voor dat kind blijven. Hier, gelijk bij de
andere goddelijke deugden, is spraak van een bovennatuurlijk
geloof; natuurlijk geloof kunnen wij hebben zonder een bij-
zondere gaaf.... De gave des geloofs overtreft alles; wat
toch baat het de geheele wereld te bezitten, als wij onze
ziel zouden verliezen; en zonder geloof kunnen wij aan God
niet behagen, niet zalig worden.
3 V. Waarom wordt het Geloof genoemd een licht?
A. Omdat het ons verstand verlicht, om de waar-
heden des geloofs te kennen en te gelooven.
Het geloof is ook een licht, dat wil zeggen, dat door het
geloof ons vele dingen ter kennis komen , die wij door ons
natuurlijk verstand niet zouden weten, of waar wij slechts
zeer geringe kennis van zouden hebben.
Door ons verstand begrijpen wij wel iets van de waarheden
des geloofs, doch het geloof maakt ons dat alles veel klaarder.
Ons verstand is als het ware een flauw nachtpitje, waar-
door wij de zaken van God , de ziel en de eeuwigheid , zoo
maar weinig begrijpen, gelijk wij bij een nachtpitje ook
maar ten halve de zaken zien , die zich in eene kamer be-
vinden ; doch schijnt de volle zon in die kamer, dan zien wij
alles duidelijk en klaar.
Door het geloof kennen wij duidelijk en klaar de godde-
lijke zaken. Het geloof is voor ons als eene helderschijnende
zon bij het nachtpitje van ons verstand.