Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
289
d) De gevoelens van berouw.
Jesns, mijn Heer en mijn God, het is mij nit den grond
van mijn hart leed, dat ik uwe goddelijke Majesteit en
goedheid, die ik nu bovenal bemin, zoo dikwijls en op zoo
velerlei wijze vergramd heb door mijne zonden. „Mijn Jesus,
barmhartigheid!" Vergeef mij alle dood- en dagelijksche
zonden, die ik bedreven heb door gedachten, woorden en
werken; al wat ik tegen U misdaan heb door ongehoor-
zaamheid, ongeduld, onoprechtheid, oneerbiedigheid, ver-
strooidheid in 't gebed, door het verzuimen van de plichten
van mijn staat, door mijne achteloosheid in de voorbereiding
en dankzegging bij het ontvangen der H. Sacramenten, met
name der H. Biecht en Communie. Deze en alle zonden van
geheel mijn leven haat en verzaak ik uit liefde tot U, en
ik maak een vast voornemen van voortaan vooral die en die
zonde niet meer te bedrijven, en derzelver gelegenheid te
schuwen, en liever te sterven dan TJ nog door eene dood-
zonde te vergrammen , ja, Heer , dan met voorbedachtzaam-
heid , opzettelijk U nog door eeoe dagelijksche zonde te be-
droeven. Amen, het zij zoo. Ach, Heer, geef mij vandaag
in de H. Communie toch krachtige gratie om de zonde
voortaan standvastig te vluchten en de deugd te beoefenen
(16'»« V.), om U getrouw te blijven , om U uit geheel mijn
hart te beminnen tot in den dood.
e) Gevoelens van ootmoedigheid. O mijn Heer en mijn God,
denk ik ook maar een oogenblik na over uwe goddelijke
Majesteit en oneindige heiligheid , en mijne nietigheid en
boosheid, dan moet ik erkennen, dat ik niet eens waardig
ben voor U te verschijnen, veel minder ü zeiven in de H.
Communie te ontvangen. Goedertieren en barmhartige Jesus,
indien ik alléén op mijne eigene nietigheid, ondankbaarheid
en boosheid lette, zou ik het nimmer durven wagen U, mijn
God , in mijn hart te ontvangen; maar voorgelicht door het
geloof en gesterkt door de hoop op uwe oneindige goedheid
jegens ons, en nu althans U beminnend boven al, en innig
C 19