Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
283
In de vorige vraag hebben we geleerd , dat men zich ten
minste een kwartier nurs vóór en na de H, Communie be-
hoort bezig te houden met geestelijke oefeningen. In deze
vraag leeren we , met welke geestelijke oefeningen men zich
het beste zal bezig houden vóór, — in de volgende vraag,
na de H. Communie.
Om den zin der vorige, van deze en de volgende vraag
te beter te begrijpen, is het zaak hier te verklaren, wat het
zeggen wil, zich met geestelijke oefeningen bezig te houden ,
wat de Catechismus hier door geestelijke oefeningen verstaat.
Blijkbaar, oefeningen van onzen geest, van onze ziel; oefe-
ningen, welke, onder den bijstand van Gods genade, ons ver-
stand en onze wil verrichten; akten, welke onze geest, ons
hart verwekt en die betrekking hebben op iets wat uit zijn
aard tot heil onzer ziel strekt, ter onderscheiding van louter
lichamelijke oefeningen , b. v. gaan , staan, eten, drinken, enz.
en ter uitsluiting van die oefeningen, welke louter of voorna-
melijk wereldsche, tijdelijke zaken betreflen, tijdelijke belangen
bevorderen, als daar b. v. zijn: studeeren, handeldrijven, enz.
Nu is de vraag: Met welke geestelijke oefeningen men zich
het best tot het ontvangen der H. Communie zal voorberei-
den P En het antwoord luidt: ten met een vurig verlangen
in zich op te wekken, om Jesus in de H. Communie te ontvangen.
Wie, die eenigszins beseft wat eer en geluk het is , Jesus in
zijn hart te mogen ontvangen, zal niet vurig verlangen om
aan dat geluk en die eer deelachtig te worden ? Jesus toch
is onze Qod en Heer, onze Koning, onze liefderijke Verlosser,
onze Leermeester , onze Geneesheer, onze toekomstige Rechter.
En Hij gewaardigt zich tot ons te komen , zich zeiven, met
Godheid en menschheid , met ziel en lichaam, gelijk Hij ver-
heerlijkt in den hemel is, geheel aan ons te schenken met al
zijne gratiën en verdiensten, om in ons de heiligmakende
gratie te vermeerderen, om ons krachtdadige gratie te ver-
leenen om de deugd te beoefenen en de zonde zorgvuldiger
te vluchten , om ons, die vermoeid en beladen zijn, te ver-