Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
279
geestelijke behaaglijkheid, eene geeBtelijke opbeuring, en vervult
haar met eene eigenaardige vreugde, met eene geestelijke
zoetheid en vrede , die alle begrip te boven gaat. Die zoet-
heid is echter dikwijls niet gevoelig, niet alleen omdat men
er beletsel tegen stelt door vrijwillige nalatigheid, onverschil-
ligheid , traagheid in de voorbereiding of dankzegging, of
door gehechtheid aan eenige dagelijksche zonde, vooral van
zinnelijkheid of liefdeloosheid; maar ook omdat God zelfs
■de braafste zielen die vertroosting niet zelden onttrekt tot
beproeving en loutering harer liefde, of om haar nederig te
doen blijven en meer en meer in de deugd van ootmoed te
bevestigen.
Ten slotte geven de H. Vaders van het Concilie van Trente
nog als eigenaardig uitwerksel der H. Communie aan, dat
.„Christus gewild heeft, dat dit Sacrament het onderpand zijn
zou van onze toekomstige glorie en voortdurende gelukzaligheid.*^
Om ons aan die heilzame uitwerkselen der H. Communie
te herinneren wordt, in 't begin van 't Lof zoo dikwijls ge-
zongen : O Sacrum conoivium „ O heilige maaltijd, waarin
Christus genuttigd, zijn lijden herdacht, de ziel met gratie
vervuld en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven
wordt."
Het H. Sacrament des Altaars is dus „ het leven voor de
goeden", d. i., voor hen, die het waardig in de H. Communie
ontvangen, maar „de dood voor de boozen", d. i., voor hen,
die wetens en willens in staat van doodzonde te Communie
gaan. Dit leert de
17 V. Ontvangen deze gratiën ook zij ^ die in
staat van doodzonde te Communie gaan?
A. Neen; zij bedrijven integendeel eene groote
doodzonde van heiligschennis.
Zij, die wetens en willens in staat van doodzonde te com-
inunie durven gaan, ontvangen de vermelde gratiën niet.