Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
278
levenskrachten onzer ziel. Immers door de H. Communie
waardig te ontvangen, verkrijgen wij ten l^te, vermeerdering
der heiligmakende gratie, die het geestelijk leven onzer ziel is.
Ten , bijzondere kracht en gratie om de deugd te beoefenen en
de zonde te vluchten.
Die woorden : kracht en gratie beteekenen ook hier bijzonder
krachtige gratie, eene gratie, die bijzondere kracht geeft om
de deugd te beoefenen en de zonde te vluchten. (Vgl. 32''te
Les, V., onder VI.) Door die woorden worden dus de
bijzondere dadelijke gratiën aangeduid, welke de H. Com-
munie , waardig ontvangen, geeft. Het recht daarop ver-
krijgen we aanstonds , wanneer we waardig communiceeren;
maar inderdaad worden ze ons door God gegeven te gelege-
ner tijd, als wij ze noodig hebben om deze of gene bepaalde
deugd met meer vaardigheid en ijver te beoefenen. De H.
Communie onderhoudt dus tevens het geestelijk leven onzer
ziel, door haar te gelegener tijd bijzonder krachtige gratie
te verleenen om de dengd te beoefenen, en de zonden, dit
of dat bepaald gevaar van zonde naarstig te vluchten, deze
of gene bekoring krachtdadig te verzetten, te overwinnen.
(Vgl. Les , g-ïe V. bl. 223 , 224.)
Bovendien herstelt de H. Communie de krachten, welke
onze ziel door eenige dagelijksche zonden zou verloren hebben.
Hoort, hoe de Vaders van het Concilie van Trente (XIII^
Zilt., II*' IJfdst.) voornoemde uitwerkselen van dit Sacrament
leeren : „Onze Verlosser heeft gewild, dat dit Sacrament ont-
vangen worde als eene geestelijke zielespijs , waardoor gevoed en
versterkt worden zij , die leven door het leven van Hem, die
gezegd heeft (nl. Christus zelf): Die Mij eet (die mijn vleesch
en bloed waardig nuttigt), hij zal leven om Mij (d. i., door
Mij het bovennatuurlijk leven zijner ziel hebben en onder-
houden) ; en als een geneesmiddel, waardoor wij vergiffenis krijgen
van dagelijksche zonden, en van doodzonden worden vrij bewaard.'*
Voorts verschaft het nuttigen dier geestelijke spijs, van dat
hemelsch manna, aan onze ziel niet zelden een gevoel van