Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
273
A. Het waarachtig lichaam en bloed van Chris-
tus , — Christus zeiven.
(Zie 2'ie — V.)
Omdat men , als men de H. Communie ontvangt, Christus
zelcen ontvangt, zegt men dikwijls kort en bondig, dat men
in de H. Communie „ Ons Heer* ontvangt, en wordt het H.
Sacrament des Altaars ook dikwijls „ Ons Heer" genoemd.
14 V. Wat wordt er vereischt om imardig te com-
municeer en ?
A. Ten 1. dat men zij zuiver van doodzonde, en
ten 2. nuchteren van des nachts 12 uren.
Er zijn dus twee vereischten om waardig te communiceeren
(Vgl. 30ste bl. 219). Het eerste betreft de ziel, het
tweede het lichaam.
Ten 1®^« wordt vereischt, dat onze ziel zuiver zij van dood-
zonde, in staat van gratie; want het H. Sacrament des Altaars
is een van de Sacramenten der levenden, die men in staat van
gratie ontvangen. {ZO^^^ Les, IS^s 19'i«, 20«« V.) Dus
mag niemand , die zich bewust is, die zeker weet, na zijne
laatste goede Biecht eene doodzonde gedaan te hebben, te
Communie gaan, zonder te voren zich van de bedrevene
doodzonde door eene goede Biecht gezuiverd te hebben. Dit
leeren de H. Apostel Paulus en de kerkvergadering van
Trente nadrukkelijk. De H. Paulus verkondigt ons desbe-
treffende het gebod van Christus zeiven, dus een goddelijk
gebod, waar hij zegt (1»^® Br. aan de ^^ormM. XI hfdst. 28 v.):
„Doch, om niet onwaardiglijk te Communie te gaan, beproeve
de mensch zich zeioen, en zóó, d. i. ala hij, na die zelfbeproe-
ving, aich niet bewust is, na zijne laatste goede Biecht aan
eene doodzonde plichtig te zijn, ete hij van dat geconsacreerd
brood, en drinke van den kelk." Maar als hij zich bewust is,
zeker weet, sinds zijne laatste goede Biecht eene doodzonde
C 18