Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ui
252
Een Sacrament, dat door den Bisschop wordt toegediend.
'' De gewone bedienaar is dus de Bisschop. Een Bisschop
heeft, krachtens zijne wijding, de macht het H. Vormsel
toe te dienen, en overtreft in dit opzicht al degenen , die
enkel het priesterschap ontvangen hebben , enkel priester ge-
wijd zijn. Een priester kan of mag, krachtens zijne wijding,
r of het ambt, dat hij bekleedt, hoe verheven dit ook zij, het
fi. Vormsel niet toedienen. Hij kan en mag het alleen dan,
\ als hij daartoe van Z. H. den Paus van Rome machtiging
ontvangt. Z. H. de Paus verleent aan een priester die mach-
tiging niet dan in buitengewone omstandigheden, en dus
moet een Priester slechts de buitengewone bedienaar van het
H, Sacrament des Vormsels genoemd worden.
III. Aan wie kan het Vormsel geldig worden toegediend ?
Deze vraag beantwoordt de Catechismus door de volgende
woorden: aan degenen, die gedoopt zijn. Iemand . die het
Doopsel des waters of het Sacrament des Doopsels niet ont-
vangen heeft, kan of mag het H. Vormsel niet ontvangen.
Waarom niet ? .,.. Waarom wordt het Doopsel genoemd het
eerste Sacrament ?
Maar aan al degenen , die geldig gedoopt zijn , kan ook
het H. Vormsel geldig worden toegediend. Dus ook aan
degenen, die nog niet tot de jaren van verstand gekomen
zijn. Ja, ware het H. Vormsel, evenals het Doopsel nood-
zakelijk uit noodzakelijkheid des middels, dan zouden zelfs
de kleinste kinderen het Vormsel ook moeten ontvangen , te
meer, omdat ze, eenmaal geldig gedoopt, het ook van zelf
waardig, nl. in staat van gratie, zouden ontvangen. (ZieS-^eV.)
Doch het ontvangen van het H. Vormsel is niet nood-
zakelijk uit noodzakelijkheid des middels, maar enkel uit
noodzakelijkheid des gebods, dat alleen degenen verplicht,
die tot de jaren gekomen zijn door de geestelijke overheid
bepaald, waarop men bet Vormsel moet ontvangen, als men
daartoe gelegenheid heeft. {2''' V.) Dus, dat gebod verplicht