Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
251
TWEE m DERTIGSTE LES.
Van het Vormsel.
1 V. Wat is het Vormsel ?
A. Een Sacrament, dat door den Bisschop wordt
toegediend aan degenen, die gedoopt zijn, in hetwelk
door de handoplegging, de zalving en heilige woorden
gratie en sterkte wordt gegeven om het geloof stand-
vastig te belijden.
Vormen beteekent iets, of iemand goed, deugdelijk geschikt
maken; nu worden wij door dit tweede Sacrament geschikt,
bekwaam, sterk gemaakt om den strijd des geloofs wel te
strijden.
I. Het Vormsel is een Sacrament; want het heeft de vier
kenteekens, welke tot het wezen van een Sacrament der
Nieuwe Wet vereischt worden.
Ten , een uitwendig teeken, nl., de handoplegging, de
zalving en heilige woorden, welke men hoort, voelt of ziet.
Door die handoplegging, zalving en heilige woorden wordt
ten 2'®, eene bijzondere gratie beteekend, en ten ook gegeven;
bijgevolg ten , moet dit uitwendig teeken door Christus
zeiven zijn ingesteld. Het Vormsel is dus een waarachtig
Sacrament.
In dit Sacrament krijgen wij vooral de volheid van den
H. Geest, zijne zeven gaven; dit wordt in het Sacrament
aangeduid door het opleggen der handen en de zalving , die
beide eene zekere volheid beteekenen; terwijl de H. Schrif-
tuur ons verhaalt (Hand. VIII.), dat de geloovigen door
het opleggen der handen den H. Geest ontvingen.
II. Wie is de bedienaab van dit Sacrament
Dat leert de Catechismus in het vervolg van het antwoord,
zeggende: