Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
248
15 V. Welke is de plicht van Peter en Meter?
A. Te zorgen dat hun petekind godsdienstig worde
opgevoed en zijae doopbeloften nakome.
Op de eerste plaats zijn de ouders zeiven verplicht te zorgen,
dat hunne kinderen godsdienstig worden opgevoed, en hunne
doopbeloften nakomen. Doch wanneer ouders of voogden de
katholieke opvoeding hunner kinderen zouden verzuimen, of
' hun best niet doen, dat hunne kinderen, eenmaal grooter
geworden, hunne christelijke plichten naar behooren waar-
nemen, een waar christelijk leven leiden, dan zeker is het
de plicht van Peter en Meter ten , te zorgen dat hun pete-
^ kind godsdienstig worde opgevoed; dus, als 't eenigszins mogelijk
( is, worde onderwezen in eene katholieke school, waarin niet
enkel kundigheden geleerd worden , die voor het maatschap-
^ pelijk, burgerlijk leven dienstig zijn, als b. v. lezen, schrijven,
rekenen , enz., enz., maar tevens onderricht wordt gegeven
in alles wat tot een waar christelijk en godsdienstig loven
behoort.
Ten dat hun petekind zijne doopbeloften nakome, d, w, z..
God waarlijk diene, de geboden Gods en der Ü. Kerk, en
de plichten van zijn staat als een waar Christen mensch
onderhoude, en door een echt christelijke levenswijze verzake
aan den duivel , en al zijne werken en al zijne ijdelheden.
Dat Peter en Meter daartoe waarlijk verplicht zijn, blijkt
duidelijk genoeg uit het ambt zelf, dat zij bij den plechtigen
doop van ban petekind wetens en willens op zich genomen
hebben, nl. het ambt van doopborgen of van eene geestelijke,
eene heilige voogdijschap. Door het ambt van Peter en Meter
vrijwillig te aanvaarden, zijn ze voor God en de H. Kerk
als doopborgen voor hun petekind opgetreden; als geestelijke
voogden hebben zij, in naam van hun petekind, voor God en
de H. Kerk verklaard, bereid te zijn God alleen te dienen,
en den duivel verzaakt, om het eeuwig leven te bekomen.
Dus zijn zg, ten minste als ouders of voogden, door de