Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
247
de Catechismus in die vraag zegt: Waaraan hebt «ij door
mond van Peter en Meter verzaakt, toen gij gedoopt werdt,
begrijpt ge van zelf. Immers, toen gij als kind gedoopt
werdt, kondt ge zelf nog niet praten, noch de verplichtingen
begrijpen , die ge door het ontvangen van het H. Sacrament
des Doopsels op u naamt. Daarom staat er: Waaraan hebt
gij toen door den mond van Peter en Meter verzaakt. — Maar
wat beteekenen nu die twee vreemde woorden: Beter en Meter ?
Werkelijk, 'tzijn twee vreemde woorden, afgeleid van de
Latijnsche woorden: Pater, Patrinus (vader) en Mater, Matrina
(moeder), maar ter onderscheiding van onzen eigen, natuur-
lijken vader en moeder, beteekenen die woorden hier onzen
vader en moeder in geestelijken zin, m. a. w., degenen, die
ons ten doop gehouden hebben , en dus in zoover bij onze
geestelijke geboorte of wedergeboorte voor ons de plaats der
ouders innamen.
Nu zult ge de vraag genoegzaam begrijpen. We hebben
dus enkel het antwoord nog in 't kort te verklaren. Het
luidt: dat gij, toen gij gedoopt werdt, verzaakt hebt aan den
duioel, aan al zijne werken, d. w. z., aan alle booze werken,
zonden, waartoe de duivel den mensch bekoort, aanzet en
welke hij het eerst bedreef, en aan al zijne ijdelheden, d. w. z.,
aan alle ijdele vertooningen, schijngoederen dezer wereld,
lichtzinnige pleizieren, wereldsche vermaken en voldoeningen,
waardoor de duivel ons van den dienst van God, van het
goede tracht af te houden, en tot zijn dienst, tot de zonde
te verleiden, b.v. door bedrieglijke voorstelling van H genot
en geluk, dat zou te vinden zijn in ongeregelden, verboden
wellust des vleesches in te volgen, in 't opeenstapelen van
schatten en rijkdommen, in te pronken met schoone kleederen,
in 't bijwonen van gevaarlijke partijen, vermakelijkheden,
enz , enz. Kinderen, reeds vroeg begint de duivel daarmede
te misleiden, als hij zorgt, dat de wereld b. v. bij gelegen-
heid van Kermisdagen of markten, u gevaarlijke vertoonin-
gen en pleizieren aanbiedt en voorstelt.