Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Wij hebben het kruisteeken van onze voorouders tot de
Apostelen toe , dat wil zeggen : onze ouders hebben het van
hunne ouders of van onze grootouders geleerd, die weer van
hunne ouders, enz.; totdat wij eindelijk, als wij zoo terug
bleven gaan , bij de Apostelen zouden komen en bevinden,
dat die allen het kruis reeds gemaakt hebben.
Ja, de oude schrijvers verhalen, dat de eerste christenen
nooit slapen gingen, opstonden , of eenig werk begonnen
zonder het kruis te maken.
Eindelijk is het kruis van Christus zeiven afkomstig, die
on» door Zijn kruis verlost heeft.
7 V. Wanneer behooren wij het teeken van het
B, Kruis te maken ?
A. Als WIJ opstaan, eten en slapen gaan, en
vóór al onze werken ; maar bijzonder als wij eenige
kwelling of bekoring hebben.
Wanneer behooren wij, dat ia: wanneer is het goed, past,
voegt het, dat wy een kruis maken P
Ten I'te, als wij opstaan en slapen gaan.
Waarom behooren wij dan een kruis te maken ?
Ten 1'te, omdat God het eerste en het laatste van den dag
wil hebben.
Ten om daardoor die groote waarheid te belijden, dat
God ons eerste begin en laatste einde is.
Ten om den zegen en de bescherming van God af te
smeeken over al wat we overdag doen, en over onze nachtrust.
Ten II-ï®, behooren wij vóór en na het eten een kruis te
maken.
Vóór het eten^ om Gods zegen over ons zeiven en de spijzen
af te smeeken , opdat zij ons niet schaden naar het lichaam,
en opdat wij er ook niet bij zondigen, en ook om het eten