Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
2iH
iets, b. v. van een lepel of een kopje bedienen, om het water
over het hoofd van den doopeling te gieten.
Ten , dat men bij twijfelachtige gevallen eenige conditie
of voorwaarde uitdrukke. Zeker is het voor gewone menschen,
voor leeken , genoeg, dat zij bij twijfelachtige gevallen deze
algemeene conditie maken: Als gij gedoopt kunt worden, of,
nog korter: Als ik kan, dan doop ik u in den naam des Vaders,
en des Zoons, en des Heiligen Geestes.
IV. Vragen. Veronderstel:
Ten , gij spreekt de woorden nit, terwijl ik tegelijker-
tijd het water doe vloeien op het hoofd van een kind , dat
in tijd van nood moet gedoopt worden. Is dit doopsel geldig ?
Zoo neen, waarom niet? Eeden geven met de woorden van
den Catechismus.
Ten , ik spreek eerst de woorden uit, en wacht twee,
drie minuten, vooraleer ik de afwassching doe. Is dat Doopsel
geldig? Waarom antwoordt ge ja, of neen?
Ten ik kon een fabrieksarbeider, N.B. een jood, die
tusschen eene machine zat, en in dien nood zich wilde be-
keeren, niet op zijn hoofd doopen, maar wel op zijn voet of
hand Mocht en moest ik hem daarop in dit geval doopen ?
Waarom ? Moest ik er noodzakelijk eenige conditie bij uitdrukken
om het Doopsel geldig toe te dienen ? Welke conditie is bij twij-
felachtige gecallen voor gewone menschen altijd genoeg ?
Ten later kon ik dien man nog op zijn borst, of rug,
of schouders doopen. Mocht en moest ik in dit geval het doopsel
herhalen ? Zeker.
Ten eindelijk kon ik hem op zijn hoofd doopen. Mocht
en moest ik nogmaals het doopsel herhalen? En waarom? Onder^
of zonder conditie ?
Ten G^e^ in tijd van nood heb ik iemand gedoopt; maar
sloeg door de haast het persoonlijk voornaamwoord u over,
of het voegwoordje en ook vóórdat ik zegde: des Heiligen
Geestes. Want zie, als ik het kruisteeken maak, dan zeg ik