Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
maar zoolang wachten met het water te doen vloeien, dat
men in dien tusschentijd één Onze Vader kan nitbidden, dan
zou het Doopsel ongeldig zijn. Eveneens, als hij eerst het
water liet vloeien, en dan weer zoolang zou wachten met
het uitspreken der woorden.
Ten „Het water doen vloeien** Hij moet derhalve
zooveel water gebruiken , dat men kunne zeggen: „ er heeft
eene ware afwassching plaats gehad", en wel
Ten Ah zulks kan op het hoofd, het voorhoofd of den
schedel van den doopeling, d. i., van dengene, die gedoopt
wordt, en
Ten anders op een ander lidmaat, b. v. op hand of voet,
borst, rug, schouder, enz. In zulk geval doopt men het
edelste lidmaat, d. w. z., datgene, hetwelk het dichtst bij
het hoofd is; dus schouder of borst, als zulks kan; anders
hand of voet.
Men onthoude goed, dat het water moet vloeien op het
hoofd van den doopeling, als zulks kan; want is de afwas-
sching geschied op eenig ander lidmaat, dan is het Doopsel
altijd min of meer twijfelachtig, en moet daarom, als er ge-
legenheid toe is, onder voorwaarde terstond herhaald worden
op het hoofd.
Omdat kleine kinderen zonder het doopsel des waters niet
zalig kunnen worden, niet in den hemel kunnen komen
(tenzij ze voor het geloof in Christus den martelaarsdood
stierven), en derhalve dit punt van overgroot belang is,
sommen wij hier ten 1«% de voornaamste gevallen op, waarin
het Doopsel zeker ongeldig, ten wel niet zeker ongeldig,
maar toch twijfelachtig is; ten wat tot een geldig Doopsel
nikt vereischt wordt, en stellen ten , eene reeks vragen ,
uit wier beantwoording zal blijken, of de kinderen de vooraf-
gegane onderrichting genoegzaam begrepen hebben of niet.
C 16