Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
240
onverschillig, of men doopt met koud, lauw of warm water,
met gewijd of ongewijd water; mits men maar doope met
waarachtig en natuurlijk water , is 't Doopsel in dit opzicht
zeker geldig.
11 V. Welke woorden moet men spreken hij het
doopsel ?
A. Deze: Ik doop u in den naam des Vaders^
en des Zoons , en des Heiligen Geestes.
Van de woorden , die men moet spreken bij het doopen,
t. w.: Ik doop u in den 'Naam des Vaders, en des Zoons, en
des H. Geestes, mag geen enkel, zelfs niet het voorzetsel in,
of het voegwoord en, veranderd, weggelaten of verplaatst
worden , of het Doopsel zou alweer zeker ongeldig, of min-
stens twijfelachtig zijn. Zou men echter, gelijk men bij het
maken van het teeken van het heilig kruis gewoon is, er
hebben bijgevoegd : Jmen; daarom zou het doopsel niettemin
geldig en goed zijn , als men bij het doopen deze woorden
maar behoorlijk uitgesproken heeft: Ik doop u in den Naam
des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, Het spreekt
van zelf, dat men doopende niet begint met Deze; maar:
Ik doop u enz----
12 V. Hoe moet men dus doopen?
A. Dezelfde persoon moet de woorden spreken en
tegelijkertyd het water doen vloeien op het hoofd
van den doopeling , als zulks kan , en anders op een
ander lidmaat.
Ten 1®^«, moet dus één en dezelfde persoon deze woorden spre-
ken : „Ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons,
en des Heiligen Geestes", en
Ten 2'ie, tegelijkertijd, dat hij die woorden uitspreekt, op
denzelfden tijd, waarop hij die woorden spreekt, het water
doen vloeien. Zou hij eerst de woorden spreken, en dan ook