Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
239
in de noodzakelijkheid kan komen bet Doopsel toe te dienen,
goed weten wat er noodig is om in tijd van nood geldig te
doopen. Een ieder lette dus goed op de drie volgende vragen.
10 V. Waarmede moet men doopen?
A. Met waarachtig en natuurlijk water.
Op straö'e dat anders het Doopsel zeker ongeldig, van nul
en geener waarde zoude zijn, of althans niet zeker geldig,
dus twijfelachtig wezen zou, moet men doopen met waarachtig
water, d. w. z., met waar, echt, wezenlijk water.
Doch : Welk water is waarachtig, waar, echt, wezenlijk water ?
De Catechismus verklaart, legt ons dit nader uit, door er
bij te voegen : Met waarachtig en natuurlijk water, d. w. z.,
met water, zooals de natuur zelve het geeft, of dat algemeen
onder den naam van water bekend is, algemeen den naam
van gewoon water draagt, in strengen zin water genoemd
wordt, als daar is b, v. putwater, pompwater, regenwater,
bron- of fonteinwater, rivierwater, zeewater, enz.
Dus mag men nooit doopen b. v. met wijn, melk, olie,
azijn, speeksel, sterke kollle, thee, sterk bier, enz. want zulk
dooptel zou zeker ongeldig, nul en van geener waarde zijn ,
omdat al deze vochten of vloeistoffen zeker geen waarachtig
en natuurlijk water zijn, noch genoemd worden. — Bij gebrek
aan zeker waar en natuurlijk water, zou men in dringenden
nood onder voorwaarde, onder conditie mogen en moeten
doopen met eene of andere vloeistof, die met eenigen grond
nog waar en natuurlijk water kan genoemd, als zoodanig
kan beschouwd, gehouden worden, b. v. met slap bier, slappe
kollie, thee, half gesmolten ijs of sneeuw, enz. Natuurlijk
zou iemand, die met zulk eene twijfelachtig geldige stof ge-
doopt is, zoodra mogelijk, zoo gauw men zeker wezenlijk
water bij de hand had, opnieuw onder conditie moeten ge-
doopt worden. — Overigens komt het er voor de geldigheid
van het Doopsel niet op aan, doet het er niets aan af, is't