Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
236
begeerte des harten ontvangen worden, 't Spreekt van zelf,,
dat ook het doopsel des bloeds geen Sacrament is. 't Is hand*
tastelijk, dat Christus den marteldood niet als een Sacrament
heeft ingesteld. Want die wreede dood, een ware moordaan-
slag, wordt den geloovige door een gruweldaad vanwege een
vervolger des Geloofs aangedaan op ingeving van den duivel.
Het doopsel des bloeds en het doopsel van begeerte zijn
dus geenszins Sacramenten; maar het zijn voor degenen,
die niet in de gelegenheid zijn van het II. Sacrament des hoopseh
te ontvangen, middelen, hulpmiddelen, middelen in den nood,
om vergiffenis te krijgen van de zonden, nl. van de erfzonde
(3—5 en 13 V.) en ook van alle dadelijke zonden , die ze
mochten bedreven hebben, en dus middelen in den nood
om zalig te worden, in den Hemel te komen.
7 V. Waarin bestaat het doopsel des bloeds ?
A. Hierin: dat iemand, die niet gedoopt is, voor
het geloof in Christus den martelaarsdood sterft.
Het doopsel des bloeds bestaat hierin, dat iemand, 't zij
nog niet, of reeds tot de jaren van verstand gekomen, die
niet gedoopt is, d. i., die het H. Sacrament des Doopsels niet
ontvangen heeft, voor het geloof in Christus den martelaarsdood
sterft. Van kleine kinderen wordt niets anders, niets meer
vereischt. Denk hier aan de Onnoozele Kinderen , op bevel
van koning Herodes om Christus' wil ter dood gebracht.
(Matih. IT. 16—18.) Zij , die tot de jaren van verstand ge-
komen zijn, moeten bovendien een onvolmaakt berouw hebben
over hunne dadelijke zonden , en , indien zij het Sacrament
des Doopsels kennen, en denken aan 't gebod om dit Sacra-
ment te ontvangen, moeten zij ook den uitdrukkelijken wil
hebben om het te ontvangen, als ze daartoe in de gelegenheid
waren ; buiten de gemaakte veronderstelling is die uitdrukke-
lijke begeerte niet noodig , maar het berouw genoeg, omdat
daarin reeds stilzwijgend de wil is opgesloten om alles te
doen, wat God van hen vraagt, en bijgevolg ook de wil om