Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
zeggende: des Vaders, en des Zoons en des H. Geestes. Wij
Toegen er het woordje en tusschen , om daardoor de onder'
scheidenheid der drie Goddelijke Personen aan te duiden.
Hoe beteekenen wij door het kruis de verlossing uit de slavernij
des duivels ?
Ten 1ste, door het kruisteeken zelf, want door het kruis
zijn wij verlost.
Ten 2de ^ (ioor de wijze, waarop wij het kruis maken.
Als wij de hand van de hoogte naar de laagte, van het
voorhoofd tot de borst trekken, beteekenen wij daardoor,
dat Christus van den hemel op de aarde neergedaald, mensch
geworden is. Als wij de hand van den linker naar den
rechter schouder trekken, beteekenen wij daardoor, dat Chris-
tus ons van den staat van vervloeking en zonde, tot den
staat van zegening en genade heeft overgebracht.
Er is nog een andere manier om het kruis te maken: met
den duim op het voorhoofd, mond en borst, zooals wij ge-
woon zijn te doen bij het Evangelie, om te belijden, dat
wij het aannemen met ons verstand, belijden willen met onzen
mond, en van ganscher harte door onze werken volbrengen.
Zoo ook kan men zeer geschikt 's morgens bij het opstaan ,
en 's avonds bij het slapen gaan het kruisteeken maken op
het voorhoofd, mond en borst, zeggende: In den naam des
Vaders, die mij geschapen heeft, en des Zoons, die mij heeft
verlost, en des H. Geestes, die mij heeft heilig gemaakt wil
ik dezen dag beginnen ('s morgens) — wil ik dezen dag eindi-
gen (*8 avonds). Aldus offert gij uw gedachten, woorden en
werken aan God, en vraagt daarover den zegen door het kruis.
6 V. Van wien hebben wij het ieeken van het
heilig Kruis?
A. Van onze voorouders tot de Apostelen toe;
ja van Christus zeiven, die door zijn kruis de wereld
verlost heeft.