Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
225
A. Uit de verdiensten en de instelling van Christus.
De Sacramenten hebben de kracht om ons gratiën mede te
deelen uit de verdiensten en instelling van Christus, d. w. z.,
Christus heeft voor ons die gratie verdiend, en Hij geeft ze
ons vooral door middel van de Sacramenten, waaraan Hij
ze heeft verbonden.
11 V. Krijgen alle menschen, die de Sacramenten
ontvangen , deze gratiën ?
A. Neen ; niet zij, die de Sacramenten zonder de
vereischte gesteltenis ontvangen.
12 V. Is het groot kwaad de Sacramenten zonder
de vereischte gesteltenis te ontvangen ?
A. Ja, het is eene groote zonde van heiligschennis.
Zij , die de Sacramenten vrijvrillig zonder de vereischte ge-
steltenis ontvangen, d. i., zonder die gesteltenis, waarin zij
zijn moeten, om de Sacramenten waardig te ontvangen,
krijgen die gratiën niet, maar zij doen eene groote zonde
van heiligschennis , omdat zij willens en wetens eene heilige
zaak schenden.
Welke Sacramenten geven de heiligmakende gratie en velke de
vermeerdering der heiligmakende gratie ?
Het Doopsel geeft in den regel de heiligmakende gratie,
omdat men, zoolang men niet gedoopt is, besmet is met de
«rfzonde, die eene doodzonde is. (Dan alleen zou het Doopsel
de vermeerdering dor heiligmakende gratie geven, als iemand
vóór het ontvangen van het H. Sacrament des Doopsels, het
Doopsel van begeerte al ontvangen had.)
De Biecht geeft de heiligmakende gratie, als men in staat
van doodzonde te biechten gaat, en de vermeerdering, als
men sinds zijn laatste goede biecht niets dan dagelijksche
zonden te biechten heeft, omdat men dan alreeds in staat
van gratie is.
O 15