Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
222
A. Tot heiligmaking en zaligheid der menschen.
God heeft de H Sacramenten ingesteld , tot heiligmaking^
en zaligheid der menschen, d. w. z., om daardoor de men-
schen tot de heiligheid en zaligheid te brengen , en dit na
doen de Sacramenten door de gratie, die zij geven.
Die gratie maakt den mensch heilig, en door de heiligheid
komt men tot de "zaligheid.
7 V. Wat gratiën worden ons gegeven door de
Sacramenten ?
A. De heiligmakende gratie of de vermeerdering der
heiligmakende gratie, en bijzondere dadelijke gratiën.
De heiligmakende gratie maakt den mensch heilig, de
vermeerdering nog heiliger, en de bijzondere dadelijke gratie
verlicht zijn verstand om het goede te kennen, en geeft hem
sterkte om het te doen.
8 V. Wat is de heiligmakende gratie?
A. Eene bovennatuurlyke gaaf, van God ingestort,
waardoor onze ziel schoon en aan God aangenaam is,
en van God bemind wordt.
De heiligmakende gratie is eene bovennatuurlijke gaaf, d. w.
z. eene gaaf, welke de natuurlijke krachten van den mensch
te boven gaat, den mensch van nature, uit zijn aard niet
eigen is, niet toebehoort, maar die God in de ziel stort, d. i.
eene gaaf, die van God komt : eene gaaf dus, die den mensch
verheft, veredelt en voor hem het beginsel is van zijn geeste-
lijk leven. Eene gaaf, waardoor onze ziel schoon, en aan God
aangenaam is (zoodat God er zijn welbehagen en genoegen in
vindt), en van God bemind wordt als zijn kind.
Ons kindschap verschilt van dat van Jesus Christus, om-
dat wij slechts aangenomen kinderen Gods worden, en Jesus
Christus de eigen Zoon van God is.