Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
2 V. Wat is de plicht van een Christen mensch ?
A. Dat hij de geboden van God onderhoude en
zijn leven sehikke naar de leering van Christus.
De plicht van een Christen mensch is, dat hij de geboden
van God onderhoude; dat wil zeggen : dat hij doe, wat de ge-
boden Gods gebieden, en late, wat zij verbieden , en dus-
zijn leven sehikke, dat is plooie, inrichte , vorme naar de
leering van Christns; dat hij zóó leve als Christns ons ge-
leerd heeft.
3 V. Wat is het teeken van een Christen mensch ?
A. Het teeken van het heilig Kruis.
Een teeken is iets , waaraan men iets anders kennen kan.
Bv. Als iemand een geweer op zijde heeft en eene weitasch
aan, en één of twee honden bij zich, dan kan ik daaraan
kennen , dat hij een jager is. Als iemand een doek om het
hoofd heeft, dat hij tand- of hoofdpijn heeft.
Het teeken van een Christen mensch nu, dus datgene
waaraan ik een Christen mensch kan kennen , is het teeken
van het H. Kruis. Want als ik iemand een kruis zie maken^
zie ik daaraan aanstonds, dat hij Christen is.
Hoeoeel beteekenissen heeft het woord kruis F
Drie. Ten , het kruisteeken dat wij maken, als wij
zeggen: in den naam des Vaders, enz.
Ten , het kruisbeeld en
Ten S«!«, alles wat ons hindert of doet lijden.
Nog een ander kenteeken zijner leerlingen heeft Christus
aangegeven, als Hij bij Joes XIII. 35 zegt: „Hieraan zullen
allen erkennen, dat gij mijne leerlingen zijt, zoo gij liefde
hebt voor elkander 1"
4 V. Wat zegt gij, als gij het teeken van het
heilig kruis maakt?