Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
215
Dus kinderen, die zeven jaren oud zijn, (want omtrent dien
leeftijd komt men gewoonlijk tot de jaren van verstand), en
door geen wettige reden hiervan verschoond zijn , zijn ver-
plicht zich op de bepaalde dagen van vleesch en andere
verboden spijzen te onthouden.
8 V. Wie zijn verplicht volkomen te vasten ?
A. Zij, die hun 21®'® jaar voleind hebben, en niet
door ziekte , zwaren arbeid , of andere wettige reden
hiervan verschoond zijn.
De vraag beteekent: Wie zijn verplicht het kerkelijk gebod
van de eigenlijke vasten, volkomen, in zijn geheel, alle drie
de deelen, waaruit de eigenlijke vasten bestaat, te onder-
houden P— Het antwoord is genoegzaam duidelijk. Eveneens
houdt de verplichting van vasten op voor oude menschen,
wier krachten zulks niet meer toelaten.
9 V. Wat voordeel geeft het vasten ?
A. Het bedwingt onze kwade driften, verzoent de
goddelijke gramschap en voldoet voor onze zonden.
Het bedmngt onze kwade driften d. i. door ons lichaam te
kastijden, het overtollige voedsel te onttrekken, onderwerpen
wij gemakkelijker het vleesch aan den geest, en de ondervin-
ding leert, dat de kwade genegenheden daardoor verminderen.
Het verzoent de goddelijke gramschap, enz., omdat wij zeiven
ons boete opleggen voor onze zonden, zooals verschillende
voorbeelden in de H. Schrift, onder andere van de Ninivieten,
genoegzaam bevestigen; en heeft de boetende zondaar zoo ge-
heel voldaan, dan zal God geen andere boete meer vorderen.
Het vierde gebod der H. Xerk luidt: Gij zult ten minste
eens 'sjaars aan den Priester uwe Biecht spreken.
10 V. Wanneer begint de verplichting van eens
^sjaars te biechten ?