Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
A. De feestdagen , die wij als Zondagen moeten
vieren.
Het tweede gebod der H. Kerk bepaalt, dat we dan, d. i.,
op de feestdagen , die wij als Zondagen moeten vieren , ook,
d. i., zoowel als op eiken Zondag, Mis moeten hooren met
goede manieren.
5 V. Wat is Mis hooren met goede manieren ?
A. Mis hooren met eerbied en aandacht.
Ten 1ste, tnet eerbied, d. i. zóó, dat we door onze houding
de inwendige hoogachting toonen, welke wij aan het H. Sa-
crificie der Mis verschuldigd zijn {zie Iqs) , en dus ten
minste uiterlijk aan dien eerbied niet te kort blijven door
b.v. gedurende de H. Mis te praten, te lachen, rond te zien,
vrijwillig te slapen , eene ongodsdienstige houding aan te
nemen door hangen, onfatsoenlijk liggen, enz.
Ten , met aandacht. Onder de vereischte aandachtigheid
wordt hier verstaan :
a) de algemeene intentie om God door het hooren of bijwonen
der H. Mis te vereeren.
Om te voldoen aan *t gebod van Mis te hooren, is men
niet verplicht die intentie, nl. om God te vereeren, uitdruk-
kelijk te maken; genoeg, dat men ze niet uitsluite. Zou
iemand dit doen, en op een Zon* of Heiligdag niet uit eenige
godsdienstige beweegreden , niet om God te vereeren, maar
met geheel andere en tegenstrijdige bedoelingen naar de kerk
gaan, b, v. enkel en alleen om de schoone kleederen der
menschen te zien; zeker, zoo iemand zou niet aan 't gebod
der H. Kerk voldoen. Maar anders ligt die intentie in de
daad zelve opgesloten. Immers ieder katholiek mensch gaat
op Zon- en Heiligdagen naar de kerk, omdat hij verplicht
is Mis te hooren , en in die daad ligt reeds de algemeene
intentie opgesloten om God te vereeren; door om die reden
de Mis bij te wonen, eert men God van zelf. Over die