Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
207
lene terug te geven, en de toegebrachte schade te herstellen,,
als hij kan.
Als iemand zijnen naaste in een der drie opgenoemde goe-
deren onrechtvaardig beschadigd heeft, is het niet genoeg ,
dat hij die zonde van onrechtvaardigheid openhartig biechte,
maar hij moet bovendien den ernstigen wil hebben om met-
terdaad restitutie te doen, als hij kan, en zoodra, en zoogoed,.
d. i., zooveel hij redelijkerwijze kan. Indien zoo iemand
geene restitutie wil doen, als hij kan, en zoodra en zoogoed
hij kan , kan hij ook geen waar berouw hebben over zijne
zonde ; want dan gaat hij minstens met den wil voort in de
zonde van onrechtvaardigheid, die hij vroeger metterdaad
bedreven heeft. In dien zin zegt dan ook de H.Augustinus
en het Kerkelijk Wetboek met hem: „Als hij, die ander-
mans goed onrechtvaardig verkregen of beschadigd heeft,
het niet teruggeeft of de schade herstelt, als hij kan , dan
doet hij geene boetvaardigheid , maar hij veinst ze alleen:
de zonde van onrechtvaardigheid wordt niet vergeven, tenzij
men de onrechtvaardigheid zelve herstelle" , met den wil
als men waarlijk anders niet kan , en ook metterdaad als
men kan , en zoodra en zoo goed men kan.
Die wil, of het voornemen om het onrechtvaardig verkre-
gen goed of de aangedane schade te herstellen, moet ernstig
gemeend zijn , en zoo vast en sterk , dat men ook bereid is
de middelen te gebruiken, welke noodig zijn om het aan-
gedaan onrecht zoodra en zoo goed mogelijk te herstellen.
Dus zoo iemand, en eveneens hij, die schulden heeft, mag
er zoo maar niet op aanleven , alsof hij niets te betalen of
te herstellen had, maar hij moet zich eenigo ontberingen
getroosten, 'tsober aanleggen, bezuinigen, om zoodra en
zoo goed mogelijk aan zijn plicht te kunnen voldoen.
De noodzakelijkheid en de moeilijkheid der restitutie moes-
ten alleen redenen te over zijn om een ieder van alle vrij-
willige onrechtvaardigheid af te schrikken, te weerhouden.