Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
203
Als voorbeelden van eenige zonden van onrechtvaardigheid,
of van eenige wijzen, waarop we onzen naaste onrechtvaardig
in zijne tijdelijke goederen benadeelen, haalt de Catechismus
hier aan ten iemands goed stelen. Stelen is een tijdelijk
goed, dat onzen naaste toebehoort, heimelijk, tegen zijn
redelijken wil weghalen.
Tegen zijn, redelijken wil w. z., dat de eigenaar er met reden
op tegen is. Het zou dus geen stelen zijn, als iemand in den
uitersten nood, om zich in 't leven te houden, heimelijk een
stuk brood van zijn naaste wegnam; want niemand kan met
reden, redelijkerwijs, een stuk brood weigeren aan iemand,
die in 'fc naaste gevaar is van honger te sterven.
De Catechismus neemt hier het woord stelen in algemeenen
zin, zoodat hier door stelen niet enkel diefstal, maar ook
roof te verstaan is. Rooten is iemand met geweld eenig
tijdelijk goed afnemen. Roof is uit zijn aard eene grootere
zonde dan enkele diefstal, omdat door roof den eigenaar
behalve het nadeel in zijn tijdelijk goed, bovendien geweld
en smaad worden aangedaan. Het stelen is zeer gevaarlijk
voor kinderen; van het kleine komen ze als van zelf tot het
grootere.
Ten 2'!«: Iemands goed helpen stelen. Door op eene of andere
wijze in stelen of rooven te helpen , b. v. door aanraden ,
beschermen , gebieden , enz., (Zie Les V. I. 2.), wordt
men medeplichtig aan de zonde van onrechtvaardigheid door
een dief of roover bedreven.
In 't bijzonder ten , gestolen goed koopen of bewaren,
d. w. z., goed, dat men zeker weet of met reden denkt
gestolen te zijn , koopen of bewaren.
Waren er geen helers, dan waren er minder stelers.
Ten : Den arbeidsman zijn verdiend loon onthouden, d. i.,
niet, of niet het volle loon, de volle huur betalen. Deze
zonde van onrechtvaardigheid roept door hare groote boos-
heid Gods rechtvaardige wraak ook in deze wereld af. (Zie