Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
202
A. Gij zult uws naasten huis niet begeeren, noch
zijn land, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienst-
maagd , noch zijnen os , noch zijnen ezel, noch iets
van alles wat hem toebehoort.
4 V. Wat verbiedt het tiende gebod?
A. De begeerte tot stelen en om onzen naaste op
eene andere onrechtvaardige wijze in zijne tijdelijke
goederen te benadeelen.
De begeerte of den wil hebben tot stelen, of om onzen
naaste op eenige andere onrechtvaardige wijze in zijne tijde-
lijke goederen te benadeelen , is reeds kwaad , zonde , al zou
men later niet in de gelegenheid zijn om te stelen wat men
verlangde, of om zijnen naaste op eenige andere manier
metterdaad in zijne tijdelijke goederen te benadeelen. Want
wat men niet metterdaad doen mag, mag men ook niet
willen of begeeren.
Is er ook verschil tusschen het en 10''« gebod ?
Ja, voornamelijk tweeërlei. Ten dat het gebod de
uitwendige zouden, en het lOJ^ gebod de inwendige zonden van
onrechtvaardigheid verbiedt.
Ten 2''«, dat hij, die enkel tegen het lOJ® gebod gezondigd,
zijnen naaste alleen door den wil of met de begeerte onrecht-
vaardig benadeeld heeft, niet gehouden is tot schadeherstel-
ling, tot restitutie, waartoe hij , die tegen het gebod ge-
zondigd heeft, wel degelijk verplicht is. (Zie V.)
5 V. Noem eenige zonden van onrechtvaardigheid,
A. Iemands goed stelen of helpen stelen, gestolen
goed koopen of bewaren ; den arbeidsman zijn loon
onthouden ; in processen of koopmanschappen bedrog
of valschheid plegen.