Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
197
teekenen van vriendschap of beleefdheid niet mogen weige-
ren ; maar niet, dat we in den regel op zonde verplicht zijn
hun bijzondere teekenen van vriendschap te geven.
Ten 2'« heeft Christus ons geleerd voor onze vijanden te bidden.
Daartoe zijn we op zonde verplicht in dezen zin, dat we hen
niet mogen uitsluiten bij die gebeden, waarin we voor alle
menschen bidden, gelijk we doen in het Onze Vader, in het
Wees gegroet en in meest alle andere gebeden.
Ten , ook het kwaad met goed vergelden. Wel is het een
gebod : geen kwaad met kwaad te vergelden; dat mogen we
niet. Maar kwaad met goed te vergelden is in den regel ons
niet op zonde geboden , evenmin als we op zonde gehouden
zijn aan onze vijanden bijzondere teekenen van vriendschap
te geven , of voor hen in 't bijzonder te bidden. Doch als
raad heeft Christus ons dit alles ten zeerste aanbevolen en
ook door zijn woord en voorbeeld geleerd. Zijn woord luidt
(bij Matth. V. 43—48): „Gij hebt gehoord, dat er gezegd is:
Gij zult uwen naaste liefhebben , en uwen vgand zult gij
haten. Doch Ik zeg u : hebt uwe vijanden lief, doet wel
aan die u haten , en bidt voor hen , die u vervolgen en be*
lasteren, opdat gij kinderen, (zooveel mogelijk volmaakte
navolgers) moogt zijn van uwen Vader, die in den hemel is,
die zijne zon doet opgaan over goeden en kwaden, en regenen
doet over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want indien
gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon zult gij hebben P
(Het antwoord op de vraag is ontkennend : geen loon zult
gij daarvoor hebben in den hemel.) Doen ook de tollenaars
(groote zondaars) dat niet P En indien gij uwe broeders alleen
groet, wat doet gij voortrefielijks P doen ook de Heidenen
dat nietP Weest dan gijlieden volmaakt (in uwe liefde tot
de menschen, niet alleen uwe vrienden, maar ook uwe vijan-
den beminnende), gelijk uw hemelsche Vader volmaakt is."
Tot de beoefening dezer volmaakte liefde jegens onze vij-
anden spoorde Jesus ons nog krachtdadiger aan door zijn