Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
Gramschap, d. i., de ongeregelde begeerte om wraak te
nemen, m. a. w., om onzen evenmenseh , door wien we be*
leedigd zijn of ons beleedigd achten, eveneens te hinderen,
hem zijn beleediging betaald te zetten, kwaad met kwaad
te vergelden.
Haai toedragen, d. i., boosaardig tegen onzen evenmenseh
gezind zijn, hem kwaad gunnen, wenschen, dat hij onge-
lukkig zij.
Nijd is eene ongeregelde droefheid over het geluk en den
voorspoed van onzen evenmenseh , omdat wij meenen , dat
zijn geluk ons geluk vermindert.
Alle deze soorten van inwendige zonden strijden wel dege-
lijk tegen het vijfde gebod; want wat men met de daad niet
mag doen, zich zeiven of andere menschen dooden, kwetsen
of merkelijk hinderen , mag men ook niet willen met het
hart, mag men ook* niet toewenschen.
4 V, Wat leert ons Christus aan onze vijanden
te doen ?
A. Hij leert ons alle ongelijk te vergeven , voor
onze vyanden te bidden, en ook het kwaad met goed
te vergeiden.
Hij leert ons aan onze vijanden , d. i., aan degenen , die
ons kwaad doen of kwaad willen doen, persoonlijk
ongelijk uit ter harte te vergeven, en ook uiterlijk te toonen ,
dat wij hun geen afkeer, haat of wraak toedragen, en
bijgevolg mogen we de gewone teekenen van vriendschap en
beleefdheid, d. i., zoodanige, die wij aan alle menschen
bewijzen, ook aan onze vijanden niet weigeren.
Ik zeide, a dat we alle persoonlijk, maar niet, dat we alle
zakelijk ongelijk moeten vergeven; want als iemand ons on-
rechtvaardig benadeelt in onze zaken , in ons eigendom of
in onzen goeden naam, mogen we schadevergoeding, eerher-
stelling vragen, b. dat we aan onze vijanden de gewone