Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
194
kan Hij dat recht en die macht ook aan anderen meedeelen.
En Hij heeft dat gedaan. Hij heeft aan de hooge wereldlijke
machtbekleeders , aan Zijne Majesteit den Koning, en diens
plaatsvervangers, b. v. aan de rechters in strafzaken de macht
verleend om groote booswichten tot de doodstraf te veroor-
deelen , ter dood te doen brengen.
Als dus de rechters over groote misdadigers de doodstraf
uitspreken, zondigen zij geenszins tegen het vijfde gebod ,
omdat zij er wettige macht en reden toe hebben. Dit leert de
H. Apostel Paulus nadrukkelijk, waar hij {in zijn Brief aan
de Romeinen, XIII. 4) zegt: „ Doet gij het kwade , zoo vrees !
want dan hebt gij de straf der hooge wereldlijke overheid te
vreezen. Want niet tevergeefs, als tot ijdele vertooning , tot
bangmaking, draagt zij het zwaard, het zinnebeeld der straf-
fende gerechtigheid, en bijzonder van de macht over leven
en dood, maar om het te gebruiken, waar dit noodig is;
want ook tot het bestrafien van den misdadiger is de overheid
Gods dienares, eene wreekster om te straffen wie kwaad doet'*
Kinderen, weet wel, dat ook uwe ouders en hunne plaats-
vervangers eenigermate in die macht deelen, en u dus gerust
eenige lichamelijke straften, desnoods een goed pak slaag
mogen geven, als gij ongehoorzaam, koppig, astrant, brutaal
tegen hen zoudet zijn. Dooden, kwetsen, merkelijk hinderen
mogen zij u zeker niet; want zoover strekt hunne macht
zich niet uit.
Alwie, zonder wettige macht en reden, zijn evenmensch
vrijwillig doodt, b. v. door met een geweer op hem te schie-
ten , met een knuppel of kei hem te slaan , met eene sabel
of een mes doodelijk te wonden, enz., of op eenige wijze
hem merkelijk kwetst aan een zijner ledematen, of hem merke-
lijk hindert in zijne gezondheid , b. v. met vechten en slaan ,
doet metterdaad groote zonde tegen het vijfde gebod.
Het volgend antwoord leert, wanneer wij met woorden of
enkel met den wil tegen het vijfde gebod zondigen.