Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
189
Kinderen en onderdanen, die deze en soortgelijke geboden
hunner ouders of oversten niet, of slecht, d. w. z. ten haloe,
slordig, tegenpreutelend, morrend, enz. volbrengen, zondigen,
meer of minder naar gelang der zaak, tegen de gehoorzaam-
heid aan hunne ouders of oversten verschuldigd.
7 V. Moet men ook aan zijne ouders gehoorzamen,
als zij iets gebieden, dat kwaad is?
A. Neen ; dan mag men hun niet gehoorzamen.
Als het mocht gebeuren , dat ongodsdienstige ouders iets
zouden gebieden dat kwaad is, b. v. liegen, stelen, tot
stelen helpen , 's Zondags zonder wettige reden geen Mis te
hooren, enz., dan mag men hun niet gehoorzamen, omdat
ze geen recht hebben iets kwaads te gebieden, en dus hunne
geboden dan zeker onwettig, niet verplichtend zijn.
In de keuze van een staat des levens behoeven kinderen
aan hunne ouders wel niet te gehoorzamen, omdat zij in
deze keuze vrij , aan hen niet onderworpen zijn; maar ze
moeten hen in deze gewichtige aangelegenheid wel degelijk
raadplegen , vooral als ze een huwelijk willen aangaan. De
eerbied, dien kinderen aan hunne ouders verschuldigd zijn,
vordert, dat zij hun raad vragen, en bijtijds kennis geven
van hun voornemen.
Denken kinderen , dat hier gewichtige redenen bestaan om
van dezen regel meer of minder af te wijken, dan moeten
zij daarover hun biechtvader raadplegen.
8 V. Wie zondigen tegen de behulpzaamheid,
welke men aan zijne ouders moet bewijzen ?
A. Zij , die hen in hunnen geestelijken of licha-
melyken nood niet bijstaan , als zy zulks kunnen.
Wij zondigen tegen de behulpzaamheid aan onze ouders
verschuldigd, als wij hen niet helpen, als wij kunnen, ten 1"®
in hunnen geestelijken nood, d. i., als hunne ziel en zaligheid