Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
174
persoon zou zijn, die ons tot zonde zou brengen; dan mogen
■wij daar niet komen, omdat dat huis dan een« gelegenheid
tot zonde voor ons is; maar wanneer die persoon weg is ,
dan gerust; dan is dat gevaar voorbij, en niemand zal ons
dat huis verbieden.
5 y. Is het kwaad de beelden te versieren , daar-
voor licht te ontsteken of te bidden ^
A. ]N"een; vrant deze eer geschiedt niet aan de
beelden , maar aan God of zijne Heiligen , die wij
ons voorstellen bij het eeren der beelden.
Om dezelfde reden is het ook geen kwaad voor de beelden
te knielen. Immers we knielen er niet voor om rechtstreeks
aan beelden van hout of steen, enz., eer te bewijzen , maar
aan God of zijne Heiligen , die wij ons voorstellen bij het eeren
der beelden.
Knielen is uit zich zelf, uit zijn aard geen teeken van
aanbidding, maar van allerlei soort van vereering. Als b. v.
Sineesche heidensche kinderen knielen voor hunne ouders»
meesters of andere overheidspersonen, is dat eene natuurlijke
of burgerlijke eerbewijzing. Als wij , Katholieken, knielen,
b. v. voor de beeltenis van O. L. V. of van den H. Joseph,
enz., dan hebben we de meening O. L. V., den H. Joseph ,
enz., de godsdienstige vereering te bewijzen, die we hun
mogen en behooren te bewijzen. Knielen we voor het H.
Sacrament, dan doen we dat om Jesus Christus , als God
en mensch daarin onder de gedaante van brood tegenwoor-
dig, te aanbidden, Hem de goddelijke eer te bewijzen. Het
onderscheid bestaat dus niet in de kniebuiging, maar in de
meening waarmee, en de waardigheid van den persoon,
voor wien we knielen.
Door miraculeuze of wonderbeelden verstaat men die
beelden, waarbij God op aanroepen b. v. van de H. Maagd
mirakelen gedaan heeft; waardoor Hij te gelijk toonde, dat