Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
173
4 V. Zondigen de Katholieken niet tegen het eerste
gebod met het maken van beelden ?
A. Geenszins; want zij maken de beelden slechts
om God of zijne Heiligen te vereeren.
Beelden maken om die als God te vereeren, is afgoderij ;
maar dit doen de Katholieken niet. Zij maken die beelden
slechts om zich de Heiligen beter te kunnen voorstellen;
evenals men beter aan zijne vrienden kan denken , als men
hun portret ziet.
Ook zeggen andersgezinden wel eens, dat God volstrekte-
lijk verboden heeft beelden te maken , zeggende: Gij zult u
geen gesneden beeld noch eenige gelijkenis maken.
Men kan hierop antwoorden: Ten 1»", dat het niet waar
is, dat God volstrektelijk verboden heeft beelden te maken.
Want de heilige boeken van Mozes verhalen , dat God zelf
bevel gaf de beeltenis van een Cherubijn aan de twee zijden
der ark te plaatsen , en een koperen slang op te richten.
Ten Dat God zelf den zin dier woorden zóó verklaard
heeft, dat het alleen verboden is beelden te maken om die
te aanbidden of godsdienst aan te doen. Want er volgt
onmiddellijk op: Gij zult die niet aanbidden of godsdienst aan*
doen. Alleen wordt er dus alle afgoderij en bijgeloovigheid
door verboden, waaraan men zich b. v. zou schuldig maken,
als men aan de beelden in zooverre ze van hout, steen,
koper, enz. vervaardigd zijn, godsdienst zou bewijzen; maar
dat doen wij, Katholieken , niet.
Ten 3'K Voor een oogenblik toegegeven, maar in 't geheel
niet toegestemd, dat die woorden de beteekenis zouden heb-
ben, waarin andersdenkenden ze ons tegenwerpen, dan zou
het verbod van beelden te maken nog maar enkel en alleen
tijdens de oude Wet gegolden hebben, omdat de Joden toen
zoo tot afgoderij vervielen; maar dat gevaar bestaat voor ons
niet meer. Het is daarmee, alsof er in een huis een slechte