Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
172
gelegen. Integendeel ons geloof, onze hoop en liefde wordt
door de godsdienstige vereering en aanroeping der Heiligen
verlevendigd en versterkt.
3 V. Wie behooren wij onder de Heiligen vóór
alle anderen te vereeren en aan te roepen ?
A. De Heilige, Onbevlekte Maagd en Moeder
Gods Maria.
Waarom behooren wij Maria onder al de Heiligen het hoogst te
vereeren en het meest aan te roepen ?
Ten Iste, omdat zij als de Onbevlekte Maagd en Moeder Gods
het waardigste schepsel is. Als dusdanig toch verdient zij
vóór of boven alle andere Heiligen door ons te worden ver-
eerd en aangeroepen; als dusdanig zijn wij haar een hoogeren
graad van godsdienstige vereering schuldig dan aan de overige
Heiligen, die immers allen slechts vrienden en dienaars van
God zijn. (Vgl. 13 Les , 4 v., blz. 96.)
Ten ^ omdat zij alles voor ons van God verkrijgen kan.
Ten 3de behooren wij Maria onder alle Heiligen het hoogst
en het meest te vereeren , omdat Jesus zelf ons er het voor-
beeld van gegeven heeft.
Daarom hebben wij ook een grootere devotie tot den
H. Joseph. Boven anderen vereeren wij nog onze patronen,
de patronen onzer parochie, de Heiligen, die in onze streken
geleefd, gepredikt hebben of gestorven zijn.
Er is ook volstrekt geen bijgeloovigheid in gelegen, den
eenen Heilige meer voor deze , den anderen meer voor gene
weldaad aan te roepen; de macht der Heiligen toch hangt
geheel en al af van den wil van God, die zelf getoond heeft
meer op eene dan op eene andere plaats , in dezen of genen
Heilige — voor deze of gene gunst — vereerd te willen
worden; de Kerk ook keurt die devotie goed, en door alle
tijden hebben de geloovigen ze beoefend.