Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
Ten l'te afgoderij , dat is van God afgaan , iets voor God
erkennen , wat geen God is.
Ten 2'ie bij geloovigheid, dat is , nog iets bij het geloof bij-
doen, of er bij gelooven, wat er niet bij hoort, b. v.: als ik
een papier bij mij draag, dat de lengte van Christns heeft,
dan zal ik geen ongelukken krijgen; als men den zooge-
naamden brief van Keizer Karei bij zich draagt, dan zal men
van 80 ongelukken bevrijd blijven, enz.
Ten heiligschennis. Wat heiligschennis is, en hoevelerlei
leert de vraag.
Verder strijden tegen het gebod de zonden tegen het
geloof: niet gelooven of vrijwillig twijfelen.
Tegen de hoop : niet of vermetel hopen.
Tegen de liefde, als men die niet verwekt, wanneer men
er toe verplicht is. (zie 4 V.)
De zonde tegen het geloof strijdt tegen het gebod,
omdat wij God dan niet meer als waarachtig en dus ook niet
meer als God erkennen; want is Hij niet waarachtig, dan
ontbreekt Hem iets om God te zijn. Wij onttrekken Hem
dan ons verstand. (Aldus kan men het ook uitleggen van de
hoop en van de liefde, door de bijzondere beweegreden dier
deugden in plaats van Gods waarachtigheid aan te halen.)
6 V. Wanneer maakt men zich schuldig aan hij-
geloovigheid of superstitie ?
A. Als men , om iets te weten of te bewerken ,
woorden of zaken bezigt, welke daartoe geene kracht
hebben noch uit eigene natuur , noch van God, noch
uit instelling der H. Kerk.
7 V. Is het gebruik van gewijde voorwerpen^ als:
gewijde kaarsen , palm , paternosters , schapulieren ,
medailles , enz, ook bij geloo vigheid ?