Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
kunt ge gerust zijn, er aan Toldaan te hebben ; iets anders
is het met verwaarloosde, reeds vroeg bedorven kinderen,
die school en godsdienstig onderricht verwaarloozen, door
eigen schuld eerst laat hun eerste H. Communie kunnen
doen, enz.
Ten bij het ontvafigen der HH. Sacramenten. In het god-
vruchtig ontvangen der HH. Sacramenten zelf liggen acten
van geloof, hoop en liefde opgesloten ; dus men verwekt dan
ook die acten van zelf met de daad. Nochtans behoort men
vooral bij de voorbereiding tot de H. Communie de gevoelens
van geloof, hoop en liefde ook uitdrukkelijk in zich te ver-
levendigen, en als men te biechten gaat, de acten van geloof,
hoop en liefde te verwekken. {Zie SS^te Les, 20te vr.; 35'te
Les , 27>te vr.)
Ten in sommige bekoringen tegen die deugden. Men zou
weer verplicht zijn deze acten van geloof, hoop en liefde te»
verwekken , wanneer, zonder dat te doen, eenige bekoring
tegen die deugden niet te overwinnen zou zijn. Dit zal wel
zelden het geval wezen. Wat in 't bijzonder de bekoringen
tegen hot geloof aangaat, doet men het best van al, met ze
eenvoudig te verachten; men doet den duivel te veel eer aan,
als men zijne schijn- en leugenredenen zou willen weerleggen.
Wil men in die bekoringen iets zeggen, dan zegge men : ik
geloof alles , wat God geopenbaard heeft en de H. Kerk mij
voorhoudt te gelooven. Liever wil ik sterven, dan aan de
minste waarheid des geloofs twqfelen. Of: ik geloof, HeerI
maar vermeerder mijn geloof.
Als de duivel ons tegen de hoop bekoort, kan men b. v.
zeggen : al had ik nog duizendmaal meer gezondigd, zou ik
nog door de verdiensten van Christus de vergiffenis mijner
zonden , en de eeuwige zaligheid hopen te verkrijgen. Ik
heb den hemel niet verdiend, maar Jesus heeft hem voor
mij verdiend.
Als wij aangezet worden om eene doodzonde te doen,