Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
Door de hoop eeren wij zijne goddelijke goedheid, almacht
en getrouwheid, met altijd en overal, in welke omstandig-
heden ook, ons op God te verlaten,
Door de liefde al zijne eigenschappen of volmaaktheden ,
waarom wij Hem beminnen.
Door de godsdienstigheid, de verhevenste der zedelijke
deugden, verstaat men in 't bijzonder die deugd, en die
daden, waardoor we God als het levend, persoonlijk opperste
en oneindig volmaakt wezen vereeren , hetzij in- of uitwen-
dig: b. v. door bet gebed, de aanbidding, het sacrificie en
alle godsdienstoefeningen.
4 V. Wanneer behoort men een acte van geloof ^
hoop en liefde te verwekken ?
A. Ten 1. als men tot de jaren van verstand
gekomen is ; ten 2. bij het ontvangen der HH. Sa-
cramenten ; ten 3. in sommige bekoringen tegen die
deugden ; ten 4. als men in gevaar is van sterven, —
Christelyke menschen doen het alle dagen.
In de vier gevallen door den Catechismus opgenoemd be-
hoort men zeker, is het minstens altoos passend en geraad-
zaam , ja, is men soms krachtens het eerste gebod op zonde
verplicht, eenigerwijs, hetzij inwendig in zijn hart, hetzij
tevens uitwendig met woorden of werken , eene acte (d. i.
handeling, daad, enz.) van geloof, hoop en liefde te doen.
Ten als men tot de jaren van verstand gekomen is. Dan is
men op zonde verplicht, dan moet men op eene der gezegde
wijzen éénen God alleen erkennen , aanbidden en beminnen.
Een ook maar gewoon goed, braaf kind voldoet zoo lichte-
lijk aan dien plicht, b. v. door dan eenig godsdienstig werk
godvruchtig te verrichten, morgens of 's avonds godvruch-
tig de acten van geloof, hoop en liefde te bidden, enz. Als
ge niet stellig weet, dat ge dien plicht toen verzuimd hebt,