Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
161
aan het volk van Israël afgekondigd. Op de eerste tafel
stonden de drie eerste geboden, die de plichten van gods-
dienstigheid voorschrijven , die we rechtstreeks jegens God
te vervnllen hebben. Op de tweede tafel stonden de zeven
laatste geboden, welke de plichten voorschrijven, die we
jegens onzen evennaaste en ons zeiven moeten onderhouden.
Ten 3'''. Christus heeft de tien geboden vernieuwd in hel Nieuwe
Testament, d, w. z., ze van de valsche nitleg'gingen der Fari-
zeërs en Schriftgeleerden gezuiverd; ze door betere, ver-
hevenere beloften en straffen bekrachtigd en derzelver onder-
houding door zijne genaden gemakkelijker gemaakt.
12 V. Zeg de tien geboden.
A. 1. Ik ben de Heer uw God. Gij zult geene
vreemde goden voor mijne oogen hebben. Gij zult
u geene gesneden beelden maken. Gij zult die niet
aanbidden of godsdienst aandoen.
2. Gij zult den Naam van den Heer uwen God
niet ijdel gebruiken.
3. Wees gedachtig, dat gij den Sabbatdag heiligt.
4. Eer uwen vader en uwe moeder, opdat gij
lang moogt leven op aarde.
5. Gij zult niet doodslaan.
6. Gij zult geen overspel doen.
7. Gij zult niet stelen.
8. Gij zult tegen uwen naaste geen valsche getui-
genis geven.
9. Gij zult uws naasten huisvrouw niet begeeren.
10. Gij zult zijn huis niet begeeren, noch zijn
land, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienst-
maagd , noch zgnen os , noch zijnen ezel, noch iets
van alles wat hem toebehoort,
O n