Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
160
Wij zijn dan ook nit noodzakelijkheid des gebods, op dood-
zonde verplicht, die te kennen, d. i. in hoofdzaak te weten
wat zij inhouden; ook behoort elk die geboden van buiten
te kunnen opzeggen. In ieder gebod wordt iets geboden en
iets verboden. Sommige geboden zijn beoestigend uitgedrukt,
dat is: zij zeggen ons wat wij doen moeten, en verbieden dan
daardoor van zelf het tegenovergestelde ; b. v. het gebod
gebiedt den Zondag te heiligen, en verbiedt dus van zelf dien
te onteeren. Andere geboden staan in de ontkennende wijze;
zij zeggen ons, wat wij niet doen mogen. Zij verbieden ons
iets en daardoor wordt ons wederom stilzwijgend het tegen-
overgestelde geboden; b. v. het gebod verbiedt ons te
stelen; dus gebiedt het ons van zelf eerlijk, rechtvaardig te zijn.
11 V. Wie heeft de tien geboden gegeven ?
A. God zelf heeft die van het begin der wereld
in de harten der menschen gegrift, daarna heeft Hij
die, geschreven op twee steenen tafels, aan Mozes
gegeven; en Christus heeft die vernieuwd in het
Nieuwe Testament,
Ten Is^e. God zelf heeft de tien geboden van het begin der
wereld in de harten der menuhen gegrift, d. w. z., dat ieder
mensch van nature, ingevolge de wet der natuur, zonder
eenige geschreven of mondeling afgekondigde wet, alleen
door het licht van zijn natuurlijk verstand, van zijn gezonde
rede, kan eu moet weten en beseffen, dat hij verplicht is
de tien geboden Gods te onderhouden, en dat hij goed doet,
als hij ze onderhoudt, kwaad, als hij een derzelve overtreedt.
Dat weet, ja gevoelt ieder mensch genoeg in zijn eigen hart,
zonder dat het hem gezegd wordt, uit de getuigenis van
zijn geweten.
Ten Daarna, d. w. z., na den zoogenaamden staat
der natuur, heeft God de tien geboden, geschreven op twee
steenen tafels, aan Mozes gegeven, en op den berg Sinaï plechtig