Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ii
157 .|{
6 V. Om welke reden moeten 'wij omen evennaaste
beminnen gelijk ons zeiven ?
A. Om God.
Wij moeten onzen naaste beminnen om God, dat wil
zeggen : dat God het doel en de beweegreden der naastenliefde
moet zijn.
Het doel t dat ia, wij moeten onzen naaste beminnen, opdat
God door onzen naaste in dit en het andere leren verheerlijkt
worde; dus den naaste van zonde afhouden, tot deugd aan-
sporen , is inderdaad zijn geluk betrachten ; en dat moeten
wij doen om daardoor God te verheerlijken, om zoo zielen
voor den hemel te winnen , die Hem daar voor eeuwig kun-
nen loven , danken , prijzen en beminnen.
Dat God de beweegreden onzer naastenliefde zijn moet, wil
zeggen : dat de reden , die ons bewegen moet onzen naaste
te beminnen, moet zijn Gods opperste goedheid in zich
zeiven , die over en over waard is door alle redelijke schep-
selen bemind en verheerlijkt te worden,
7 V. Wie zijn onze eve^inaasten ?
A. Alle redelijke schepselen, die met ons deel
kunnen hebben in de hemelsche glorie.
Ten zijn onze evennaasten dus alle goede Engelen,
alle Heiligen in den hemel, alle zielen in het vagevuur;
omdat wij met hen deel kunnen hebben in de hemelsche glorie.
Ten alle menschen, die nog op aarde leven; niet alleen
de rechtvaardigen en onze vrienden , maar ook de grootste
zondaars, en onze grootste vijanden, ja zelfs de Heidenen,
Turken, Joden, Ketters, Scheurmakers, en die in den gees-
telijken ban zijn; omdat zij zich nog bekeeren, en met ons
deel kunnen hebben in de hemelsche glorie.
Alleen zijn dus de duivels en de verdoemden in de hel niet
onze evennaasten, omdat zij voor eeuwig van de hemelsche