Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
Wij moeten God en onzen evennaaste beminnen ; zij zijn
het voorwerp onzer liefde. God moeten wij bovenal beminnen.
3 V. Wat is God beminnen bovenal ?
A. Hem zoo beminnen , dat wij liever alles, zelfs
het leven willen verliezen dan God met eene doodzonde
vergrammen.
Bovenal dat is: boven geld en goed, boven vrienden en
vermaken, zelfs meer dan, of boven ons leven.
En wij beminnen Hem boven al, als wij liever alles, zelfs
ons leven verliezen, dan eene doodzonde te doen.
Mijn God, ik bemin U bovenal wil dus zeggen: Mijn God,
ik ben uit ware toegenegenheid zoo welwillend jegens U ge-
zind, ik houd zooveel van U , dat ik liever alles, zelfs mijn
leven zou willen verliezen, dan U met eene doodzonde ver-
grammen.
4 V. Waarom moeten wij God bovenal beminnen ?
A. Omdat God het opperste goed in zich zeiven is.
Dat God het opperste goed in zich zeiven is beteekent, dat
God alle volmaaktheden in den hoogsten graad bezit.
Dat Hij dus niet alleen alles bezit wat maar schoon, rijk,
goed, edel, enz. is, maar dat Hij dat alles bezit in de hoogste
male; dat zijne goedheid, barmhartigheid, schoonheid, liefde,
enz. aiet grooter kunnen zijn.
Wij beminnen het goede, wij verlangen en zoeken het;
daarom moeten wij God bovenal beminnen , omdat er geen
grooter goed dan Hij bestaat, en daarom moeten wij Hem
het meest zoeken en naar zijn bezit verlangen.
Het goede toch moet ons gelukkig maken, en al wat goed
is, is in Hem te vinden.
Zoeken wij ons geluk in de menschen, in hunne goedheid,
zachtmoedigheid, schoonheid , wijsheid , macht, enz., dan