Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
154
van ons verlangt, ons voor Hem opofferen. Zoo ook moeten
•vrij onzen naaste door werken onze liefde toonen, hem helpen
en bijstaan , waar wij kunnen.
Op het geloof en de hoop volgt de liefde , omdat als wij
God door het geloof kennen, door de hoop op zijne goedheid
vertrouwen, wij Hem ook als van zelf beminnen zullen. Er
is niets van zooveel waarde als de liefde Gods. Daarom
moeten wij liever alles, zelfs ons leven verliezen, dan die
liefde, wgl zij het grootste goed is, dat wij op aarde kunnen
bezitten.
Vandaar dan ook , dat wij gelukkig kunnen zijn zonder
geld, zonder goed, zonder vrienden, alleen door het bezit
dier liefde; door de gedachte, dat God ons bemint en wij
Hem liefhebben, en wij dus alle mogelijk goed van, en in
God te verwachten hebben. En zonder die liefde zijn wij
met alle schatten , vermaken en vrienden der wereld toch
niet gelukkig. (Vgl.: Les Vr. 9.)
Hier kan men spreken over het schijngeluk en wezenlijk
ongeluk der wereldlingen en zondaars.
lo Het aardsche — wat ook — kan een hart, voor het
oneindige bestemd, onmogelijk bevredigen, omdat het eindig
is; vandaar, dat pleizieren de pleizierzucht, rijkdom, de
geldzucht, enz. eer opwekken dan bevredigen. 2° Al zou
het ons hart ook bevredigen kunnen, het duurt zoo kort,
en daarom maakt het 's menschen hart hoe langer zoo onge-
duriger hiernaar. S» Wat, zoo men denkt aan, staat vóór
de eeuwigheid P 4« Salomon, en allen die oprecht zijn, hebben
dit, door eigen ondervinding geleerd, openlijk bevestigd.
2 V. Waarom wordt de Liefde genoemd eene gave
Gods ?
A. Omdat de Liefde ons van God gegeven wordt
zonder onze verdiensten, en wy ze uit ons zeiven niet
kunnen hebben. (Vgl.: 3<i® Les Vr. 3.)