Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
De Heer is met u met zijne genade, zijne hulp , met zijnen
bijstand, met zijne liefde, met zijn welbehagen.
Gezegend, dat is lofwaardig en Tan God begunstigd, zijt
gij boven alle vrouwen.
Tot hiertoe zijn de woorden van den Engel.
Elisabeth herhaalde de laatste woorden des Engels: Geze-
gend zijt gij boven alle vrouwen, en voegde er bij : en gezegend
is de vrucht uws lichaams.
Die woorden, welke voor Maria eene lofspraak waren,
heeft zij beantwoord door haar schoon Magnificat, waardoor
zij alle eer aan God toeschreef.
Doen wij in dergelijke gevallen naar 't voorbeeld van
Maria. Ontkennen wij onze talenten niet, maar schrijven
wij ze aan God toe.
De volgende woorden: Jesus. H. Maria, Moeder Gods, enz.,
heeft de H. Kerk er bijgevoegd.
5 V. JVaarom wordt Maria genoemd Moeder Qods?
A. Omdat zij is de Moeder van Jesus, die God is.
6 V. JVat hulp en hijstand kunnen wij van de
H. Maagd verwachten ?
A. Zij helpt ons in dit leven met alles wat ons
voordeelig is; zij vertroost de zieken in hun uiterste,
en helpt ons tot de eeuwige zaligheid.
Eerst noemt de H. Kerk haar Moeder Gods, en dan zegt
zij : Bid voor ons , zondaars , om haar daardoor als 't ware
te zeggen: aan ons zijt gij die waardigheid verschuldigd.
Omdat wij zondaars zijn , is God mensch, en zijt gij zijne
Moeder geworden. Gij zijt dus verplicht voor ons te bidden.
Bid dan ook voor ons, nu , in dit leven, dat zoo vol ge-
varen is, maar vooral in 't uur van onzen dood, in dat be-
slissend uur, waarvan eene gelukkige of ongelukkige eeuwig-