Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
Ten omdat de ziel onsterfelijk is, en het lichaam ster-
felijk. Wat die reden beteekent, weet ge al.
Ten omdat de ziel naar Gods beeld en gelijkenis is
geschapen. ^^Laat ons den mensch — man en vronw — maken,
scheppen naar ons beeld en gelijkenis. (Gen. I. 26 , 27.)
Om deze tweede reden goed te verstaan, diene eene kleine
vergelijking.
Kinderen, als de Zuster (of de Frater) u leert schrijven,
dan geeft zij (hij) u een voorbeeld, voorschrift, model, dat
ge moet naschrijven. Doet ge dat, dan schrijft ge letters
naar 't voorbeeld en de gelijkenis van degene, welke de Zus-
ter op bord of .... heeft voorgeschreven.
Als een schilder iemands portret moet maken , dan tracht
hij de trekken van diens aangezicht, voorhoofd, oogen,
neus, mond, ooren , houding, in één woord, diens beeld en
gelijkenis, zooveel hij maar kan, trouw gelijkend af te schil-
deren, weer te geven.
Door deze vergelijkingen toe te passen, zult ge genoegzaam
begrijpen wat het zeggen wil, dat de ziel het waardigste
deel van den mensch is (ten : omdat zij naar Gods beeld
en gelijkenis is geschapen. Dat wil nl. zeggen : dat onze ziel,
zooveel mogelijk, een afbeeldsel van God is, veel gelijkenis
heeft met God, goed op God gelijkt, staalt, gelijk men
zegt: Xijk , dat kind staalt, gelijkt goed, of, juist op zijn
vader of moeder.
Onze ziel kan niet volkomen, niet geheel en al op God
stalen; want God is oneindig volmaakt, oneindig in alle
Zijne volmaaktheden. Eene schilderij, een beeld of portret
van menschen , hoe goed gelijkend, is altijd veel minder dan
degene, dien het in levenden lijve voorstelt. B. v. kan het
portret van N. N. spreken ? ... Neen , maar toch zeggen we
te recht: het portret gelijkt goed, juist, sprekend.
Zoo is 't nu ook met onze ziel in vergelijking met God.
Onze ziel is niet en kan niet aan God gelijk zijn, maar toch