Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
4 V. Waarom noemen wij God Onzen Vader ?
A. Omdat Hij ons geschapen , van den eeuwigen
dood verlost, door het Doopsel tot zijne kinderen aan-
genomen en voor ons de hemelsche erfenis bereid heeft.
Wij noemen üod, één in wezen, drievuldig in Personen,
God den Vader, den Zoon en den H. Geest, onzen Vader
om vier redenen : ten l^te omdat Hij ons naar de ziel geschapen
heeft. (Vgl. \ Les, 6 V., % Les, % V.) Ten omdat Hij
ons door de menschwording, het lijden en den dood van
Jesns Christus van den eeuwigen dood^ dien wij om de erfzonde
of doodzonden verdiend hadden, verlost heeft. (Vgl. 8 Lrs,
7, 8, 11 V., en 10 Les,) Ten 3'i«, omdat Hij ons door het
doopsel tot zijne kinderen aangenomen (30 Les 3 V. en 31 Les)
en ten 4*1^, voor ons de hemelsche erfenis bereid heeft. Gelijk een
vader zijne kinderen erfgenaam maakt van zijne goederen,
zoo ook heeft God ons erfgenamen van den hemel gemaakt,
ons de hemelsche erfenis bereid.
God laat oes ook den zoeten naam van Vader gebruiken,
om ons tot vertrouwen op te wekken. Want als een kind
iets aan zijn vader vraagt dat goed is, vertrouwt het ver-
hoord te worden.
Wij zeggen hier niet, mijn, maar onze Vader, omdat Chris-
tus ons wil leeren, dat wij broeders zijn , en voor elkander
moeten bidden, en zoo de liefde beoefenen. (Vgl. 15<'e Les.)
5 V. Waarom zegt gij : Die in de hemelen zyt ?
A. Omdat God , ofschoon Ily alle plaatsen met
zijne tegenwoordigheid vervult, nochtans in den hemel
zich zeiven in zijne heerlijkheid aan de Heiligen ver-
toont.
Deze woorden herinneren ons, dat wij onze gedachten van
de aarde moeten aftrekken, en naar den hemel verhellen, waar
God , onze Vader, woont, en waar dus ook ons vaderland is.