Boekgegevens
Titel: Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Auteur: R.K. priester van het Bisdom van 's-Bosch, Een
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1897
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-1317
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206597
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: overige
Trefwoord: Geloofsleer, Catechismussen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Woord- en zinverklaring van den catechismus: vooral ten dienste van religieusen en katholieke onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
Het Onze Vader bestaat nit eene inleiding, zeven vragen,
en het slotwoordje: Amen, dat hier beteekent: Het zij zoo.
(Vgl. bl. 130.)
Eene inleiding , in 't algemeen genomen, is iets, dat de
eigenlijk te behandelen zaak voorafgaat. B. v., als een kind
aan vader of moeder een brief schrijft om iets te vragen ,
dan zet dat kind als inleiding voorop : „ Dierbare Vader en
Moeder."
Heeft men iets van een eerbiedwaardig heer te verzoeken,
dan valt men zoo maar niet met de denr in 't huis, dan
zegt men zoo maar niet plompweg: Geef me, a. j. b., dit
en dat, maar men maakt zijne inleiding, naar behooren,
door Mr. beleefd te groeten , met twee woorden aan te spreken,
en dns te zeggen , naar gelang van de waardigheid des per-
soons : Mr., Eerw. Hr., enz., wilt ge zoo goed zijn mij te
geven, enz., mag ik verzoeken , enz.
Eischt reeds de burgerlijke beleefdheid, dat men zich van
deze of soortgelijke inleiding bediene , als men iets van een
eerbiedwaardig persoon te vragen heeft, dan begrijpt ge van
zelf, dat dit nog veel meer passend is, ja, vereischt wordt,
als wij, nietige schepselen, God komen bidden om alles,
wat wij naar ziel en lichaam noodig hebben.
Wij mogen onzen Heer Jesus Christus wel dankzeggen,
bedanken, dat Hij ons geleerd heeft op zoo vertrouwelijken
voet zijn hemelschen Vader aan te spreken, door in de
inleiding van het gebed des Heeren te zeggen: Onze Vader,
die in de hemelen zijl. Want al de redenen, waarom wij God
Onze Vader mogen noemen, zijn even zooveel bewijzen van
zijne overgroote goedheid en liefde jegens ons. Elk woord
van dit gebed vloeide uit zijn goddelijk Hart, drukt de
gevoelens van Jesus' Hart uit; bijgevolg kunnen wij zeer
geschikt onder ons wachtuur dit gebed bidden, of den zin
er van overwegen.